Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

Edmond eenter deed, of hij van alles niets merkte. Over 't sermoen zouden ze 't later wel hebben, 's Namiddags kwam de bazinne in de werkplaats met het verrassende:

„A wa, Mong! en wat zegje gij daar nu van, dat de baas ook naar de Geuzenkerke is geweest?"

Daar nu! De baas had het dus zelf verklapt? Zeker was dat niet; 't kon een list zijn van de vrouw. Hij zei dus niets en keek naar zijn baas. Deze begreep hem, en wist, dat hij van Mong geheimhouding had gevraagd. Daarom knikte hij hem veelzeggend toe, en zei:

„Nu, Mong! en hoe vindje gij datte?"

„A wel, — zei Mong, elkend-een gaat daar. Wat zou je gij daar al vele van kunnen klappen? Kwesje, gaat de bazinne te naaste keer zelf ook gaan!"

De vrouw schudde zeer beslist het hoofd, trok de wenkbrauwen zeer hoog op, en zei:

„Nee, nee, ventje! g' en zult van al uw leven mij daar niet zien. 'k Zou ik niet durven daar gaan, 'k en versta d'r mij niet aan, dat entwien daar gaat!"

De baas sprong in eens driftig op.

„Sa, vrouweI zegt nu met één keer, waarvan je niet durft, en anders gaat er van zwijgen 1 'k Hebbe van al mijn leven overal durven gaan; waarvan zou ik daar moeten angst hebben? Komt, zegt entwat! Wat vrees je gij daar?"

De bazinne werd verlegen, want zij wist niets zekers.

„Peis-je gij, dat er verkeersels ') zijn?'

„'k Zeggen ik dat niet; maar 't is meuglijk!"

„Zoo, is datte meuglijk? 't Is eer meuglijk, dat het verkeert a) in uw beurze!"

„Al gelijk, ze zeggen, dat de ketters met den kwade van doen hebben!"

„Gij hebt gij ook met den kwade van doen; zoo, gij zoudt juist daar moeten gaan!"

De vrouw stond vreemd op te kijken, dat haar man 't zoo ernstig opnam.

J) spooken. *) spookt.

Sluiten