Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110

een hardnekkigen vijand: zich zelf! Die vijand had hem weer onkwetsbaar, onaantastbaar gemaakt voor de macht — der waarheid, de macht daar in de kleine kerk. Die vijand had hem weer dronken gemaakt, en met algeweld hem onttrokken aan.... En nóg eens zag hij den hemelsch vriendelijken Heilige en hoorde nog eens dat wonderlijk bekorende: Kom tot Mij!

Hoe verachtte hij dien snooden vijand: zich zelf! Hoe toornde hij tegen dien leugenachtigen, misleidenden, verraderlijken vijand: zich zelf! — En nóg eens beet hij op zijn tanden, en vonkte het vuur uit zijn oogen, en balde hij zijn vuisten tegen.... zich zelf.

De volgende dagen werd er weer menig woordje gewisseld over het sermoen van Zondagavond. En vaak deed de baas, alsof hij, wat Mong hem meedeelde, zelf had gehoord van „den Evangelist".

Nu zouden ze Zondag weer samen gaan. Maar — Zaterdag wist de baas, dat hij er niet van buiten kon, om Zondagmorgen na de vroegmis, eerst daar te gaan, dan daar! — dan naar de wedvlucht van de postduiven, daarna naar den bollenhof en dan naar 't gaaischieten, en dan.... maar om halfzes zou hij present zijn, om met Edmond mee te gaan.

En ten derde male zat Vermeule dronken onder 't gehoor der Evangelieprediking. Maar nu voor 't laatst!

Want eer hij het kerkgebouw verliet, zwoer hij meteen bij God alleen bekenden eed

zwoer hij, dat het nu voor 't laatst zou zijn....

zwoer hij, dat hij nooit meer dronken hier zou komen.

En eer hij uit de kerk thuis was, wierp hij — in den geest — zijn afgod van den troon en verbrijzelde hem. Thuis gekomen, vroeg hij allereerst, of er nog vuur in de stove ') was, en toen zijn vrouw hem toonde, hoeveel er nog was, nam hij het spel kaarten uit de lade en wierp

*) kachel

Sluiten