Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

dat was nu het symbolum des geloofs voor hen. Wie daar iets af of toe wilde doen, om 't even of 't een R. K. Pastoor of een Protestantsch Predikant was, die kon rekenen op een hardnekkig verzet. En wat die twee zich oefenden in 't hanteeren van het zwaard des Geestes, het Woord Gods.

Vermeule zag snel de dwalingen van de kerk, waarin hij was geboren en opgevoed.

Bij Edmond ging het maar langzaam, van stukje tot beetje. Het duurde lang, eer hij duidelijk zag, dat de Roomsche vereering der heiligen en der beelden in de H. Schrift verboden was. En de vereering der Heilige Maagd, wat kostte het hem een moeite, die té beperken tot het geoorloofde, ze te ontdoen van alle religieuze vereering.

Zoodra Vermeule's aandacht gevallen was op de beelden en beeldjes in zijn huis, nam hij een kort besluit

„Vrouwe! — zei hij — 'k en mag den Name des Heeren niet aanroepen in mijn huis, als ik die beelden zie. Neemt ze allegaar weg en doet er mee, wat ge wilt; maar 'k moet ik ze niet meer zien hiere!"

Hij handelde bezadigd: hij wou ze niet meer zien; indien zijn vrouw meende, dat ze die dingen voor haar zaligheid noodig had, hare consciëntie wilde hij niet bezwaren. Zelf nam hij ze weg en gaf ze aan zijn vrouw, om er mee te doen, wat ze wilde, mits hij ze maar niet meer zag. De vrouw was haar koning gehoorzaam, pakte de beelden in papier en gaf ze een plaats in een lade van een kast, misschien in de verwachting, dat ze toch nog wel eens hun eereplaats hier in dit huis zouden terugbekomen.

Vermeule was geen beeldstormer.

En Edmond? Ja, die was nu ook wel overtuigd, dat je — zooals de baas het noemde — geen afgoden in je huis mocht hebben; maar — hij had zich niet gerechtigd, en dus ook niet verplicht geacht om de beelden uit zijn huis te verbannen. Immers, hij was thuis niet het hoofd,

Sluiten