Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

117

zooals zijn baas dat wel was. Toch — nu Vermeule er zoo was aan gaan staan, meende hij ook iets te moeten doen. Maar wat? Zou hij zijn ouders uit de Schrift aanwijzen, dat alle beeldendienst als afgoderij door God verboden was, dan zou het — dacht hem — een heelen tijd duren, eer ze er goed van overtuigd waren, en dan zou het nog niet eens zoo zeker zijn, dat dit het gewenschte gevolg zou hebben.

Want heel veel bekommerden de zijnen thuis zich er niet over, of iets al of niet door God verboden was. En om de kerk gaven ze ook niet veel.

Hij verzon een veel korter weg: eerst alle beelden stilletjes doen verdwijnen, en dan er over spreken. De „Ons Heer" aan 't kruis, aan den wand boven een kastje hangend, miste al sedert zijn heugenis den linker arm. Onze Lieve Vrouw, aan den wand boven het ledikant, was ook al erg geschonden. Dan wist hij, dat ze nog gehad hadden een kapotte staande „Ons Heer" aan 't kruis, en een staande „Onze Lieve Vrouw" ook kapot. Hij meende, dat hij de brokstukken nog in een oude kist bij anderen rommel had gezien. Als de dienstdoende beelden daar nu ook eens terecht kwamen! Dan waren de afgoden uit zijn huis, en ze zouden er niet meer inkomen, want vader en moeder zouden het geld er niet voor hebben, om nieuwe te koopen, en — al hadden ze 't — het toch liever aan nieuwe stoelen besteden.

Mong had zijn plan en voerde het uit, zoodra hij alleen in zijn huis was. Met een nijptang haalde hij de spijkers, waaraan de beelden hingen, uit den wand, maakte daarna de spijkergaten iets wijder, stak er losjes en met een klein eindje de spijkers weer in en hing de beelden er aan.

Eer er een week voorbij was, hadden er twee ongelukjes in de kamer plaats gehad. Hoe 't recht gekomen was, wist moeder niet; ze veronderstelde, dat ze bij't opmaken van het bed met een laken er tegen geslagen had, wat wel meer gebeurde, „maar den Onze lieve Vrouwe is gevallen en ze is heelegansch kapot; maar 'k en kost het

Sluiten