Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

121

voor gemeenschappelijke Bijbelbespreking onder leiding van den predikant. Natuurlijk ontbrak Edmond hier bijna nooit

Maar 't liefst ging hij, zooais hij 't noemde, op avontuur uit meestal gewapend met een klein Nieuw Testamentje. Dan bezocht hij de vrienden en kennissen van zijn leeftijd; maar ook zijn bejaarde kennissen. En de oolijkerd was bijna overal welkom.

Eens was hij weer met een zakje tabak bij de dikke Rosalie gekomen, die, als ze maar rooken kon, wel gaarne den snaakschen propagandist liet praten. Mong ging er wel gaarne naar toe, omdat Rosalie nogal eens bezoek had, en hoe grooter het gehoor was, hoe liever hij het had.

Nu zat er een vrouw naar verdriet aan Rosalie te vertellen, en zoodra Mong zich daar ook gezet had, ging ze met haar verhaal door. Ze was op reeds gevorderden leeftijd getrouwd met een daglooner, en nu had ze na een kort huwelijk haar man verloren. Men had haar geraden, in de stad te gaan wonen, want dat ze daar beter in haar onderhoud zou kunnen voorzien dan buiten. En nu was ze hier, en wist niet wat aan te vangen, want ze kende geen ander werk dan landarbeid. Ze had al hier en daar gevraagd; maar de meeste menschen zeiden, dat ze in 't boerenland had moeten blijven.

Doch ze woonde hier nu in een kamertje en kon maar zoo niet weer weg. Of Rosalie haar geen goeden raad kon geven.

„Mensch! hadde gebleven alwaar je weunde, en waar de gebuurs je kenden; ze zouden compassie met u hebben en u voorthelpen. Maar hier en kennen ze u niet, en ge zijt hier een verloren duts. 'k En kan ik u geen raad geven."

Het buitenmenschje zag er triestig uit en zuchtend keek ze nu naar Edmond. En deze zat al te stenen en te drukken, met zijn oogen te trekken en in zijn haar te krabbelen, alsof hij aan een moeielijk vraagstuk bezig was. Rosalie vermoedde iets.

„Mong! kwesje, weet gij entwat! Gij zijt een goê jong,

Sluiten