Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XV.

De zaak van het opgegraven lijkje was voor het tribunaal') gekomen. De pastoor, de koster en de grafgraver waren gedaagd als beklaagden, de vader van het kind, de predikant, een paar leden der Gemeente en nog een paar Katholieken als getuigen.

De pastoor was tot boete veroordeeld. Doch de boete was voor hem van minder gewicht dan de berisping, die hem door den rechter werd toegediend.

Want alles kwam in de courant, en spoedig had iedereen er den mond vol van. De liberalen hadden er groote leute mee en de „goê Katholieken" voelden zich gekrenkt

Toen Edmond een avond thuis kwam, verraste hem zijn moeder met een pakje.

„Kijkt een keer hiere, Mong! ze hebben dat hier gebracht voor u. De ben curieus van te weten, wat het is, maakt het subiet open!"

Edmond sneed de touwtjes los, wikkelde het papier er af, en 't was: — de wandtekst, dien hij aan Nannette had gegeven. Wat dit nu te beteekenen had? Hij begreep er niets van. En zijn teleurstelling werd nog erger, toen hij merkte, dat „het kader" aan de vier hoeken was gebrand.

„Moeder! 'k ga dat willen weten! 'k Ga gaan naar Nannette, subiet! Ik ga boterhammen eten als ik herkeere!"

Haastig schoot hij een ander pak aan, zette een betere pet op zijn hoofd en ging heen.

!) gerecht

Sluiten