Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144

krijgen; ge zult het zien, de jongere gaan Zondag herkeerenl G' en kent gij de jongere niet!"

Vermeule begon spotachtig te lachen: hij zou de jongens niet kennen, hij, die zelf een der grootste sloebers was geweest!

„Ge moet wel weten, Mongetjel als dat ik zeerder ') loop als den rapst en, en ga 'k er eentje pakken, 't zal hem varen!"

De lust, om nu eens in 't belang van het Evangelie te kunnen toonen, hoe rap ter been hij was, werd zoo sterk in den man, wien het héér al grijsde, dat hij reeds daarom alleen naar den Zondag verlangde. En hoe vuriger Mong beweerde, dat dit de zaak en hem zelf eer kwaad dan goed zou doen, hoe ernstiger de baas verzekerde, dat hij er nu eens een eind aan zou maken.

„Alzoo, baas! ge zijt te wege, 2) een jongen te pakken ?"

„Ba ja Tc!"

„En als je 'm hebt, wat ga je gij er mee doene?" „Mee doene? mee doene?"

„Ba ja gM Ge moet entwat doen, als gij er eentje vast hebt Ga je hem subiet weer loslaten, 't is al ten onbate, wat je gedaan hebt En ga je 'm vast houden, den jongen gaat schreeuwen, en er komen honderd venten en wijven om u toe, en ze gaan u slaag geven als g'm niet loslaat Ge zult het zien, al wat ge doet 't zal voor uwen verdriet zijn, en de sloebers gaan er heuren leute aan hebben!"

De baas lachte weer hoog.

„Wacht een beetje, Mong! over een weke, ge zult er dén van kunnen klappen. Ge zult het zien, 't gaat gedaan zijn met heur beestigheden!"

Edmond begreep, dat zijn baas het laatste woord moest hebben en| zweeg, in de overtuiging, dat het onderwerp nog wel eens ter sprake zou komen.

Den volgenden Zondag was Vermeule weer op zijn post; maar hij had het nu beter overlegd. Immers, als hij

l) Sneller. *) Van plan.

Sluiten