Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

„Vandaag ben ik niet ver geweest, Madam I Ik heb in 't geheel mijn doel niet bereikt Ik wilde naar Klembeeke, maar...."

„A wa, meneere — plofte Edmond er terstond uit — Klembeeke, dat is de parochie, daar ik geboren ben. 'k Hadde met u mee...."

Het stond de bazinne maar slecht aan, dat Edmond den colporteur in de rede was gevallen, en ze zei bits:

„A wa Mongl en kun je gij niet zwijgen, als meneere klapt? Laat meneere voortdoen 1" De baas lachte vergenoegd, en „meneere" lei de hand op Edmonds schouder, om hem iets te zeggen; doch de bazinne belette het

„En waarvan en zijt ge niet in Klembeeke geweest? Haperde er entwat?" vroeg ze nieuwsgierig.

„'k Zal 't u zeggen, Madam! wat de oorzaak was, dat ik het niet verder bracht dan tot halverwege Klembeeke. Weet ge de estaminet „In den Druivelaar", als ge door Hoogekerke heen bent?"

De vrouw niet; maar de baas wist het

„In den Druivelaar-estaminet, ik wete ze, 't is bij een meulen!"

Juist bij een molen. Ik ben daar bij den baas en de bazinne van den Druivelaar een goede kennis. Den eersten keer, dat ik er binnenging en terstond de vrouw een N. Testament toereikte, vroeg ze, wat zulk een boek kostte, en toen ik een halven franc als den prijs noemde, zei ze, zonder eenig bedenken, dat ze twee zulke boeken moest hebben. Ik bediende haar natuurlijk met blijdschap, en toen ik mij gezet had, begon ik met haar te spreken. Het verwonderde mij, dat ze — zooals uit haar woorden bleek — streng Katholiek was. Zij vroeg mij, of ik in Jezus Christus geloofde, en het bleek mij, dat ze met die vraag bedoelde, of ik — zooals zij het noemde — in t bitter lijden en sterven van ons Heer mijn betrouwen bad voor de zaligheid mijner ziel. Zoo eenvoudig als ik kon, zeide ik haar, dat al mijn vertrouwen voor dit en het eeuwige leven zich geheel grondde in wat Christus

Sluiten