Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

155

u willen klappen, zei ze. Bij die gelegenheid maakte ik dus ook kennis met haar man. 't Heette, dat hij gaarne iets van 't Evangelisch geloof zou willen weten; en hij vroeg mij, of ik hem, eenige vragen wilde beantwoorden. De zeide, dat ik daartoe gaarne bereid was, en ik verwachtte nu ook werkelijk eenige gewichtige vragen. Doch wat vroeg hij? Of er banken in de kerk waren, en een preekstoel, of er wijwater gebruikt werd enz. Enkel allernulligste vragen. Van hooger dingen scheen de man totaal geen begrip te hebben. Ik ried hem aan, eens ter kerk te gaan bij de Evangelischen; en hij zeide, dat hij dat gaarne zou doen. De vrouw stond er nu op, dat ik een kom koffie zou nemen; maar ik mocht er niets voor betalen, en ik bewilligde hierin. Den volgenden Zondag was hij werkelijk in de kerk, en later heb ik hem er nog een paar maal gezien.

Vandaag nu was mijn plan geweest, om in Klembeeke te colporteeren. Onderweg kon ik me dus niet ophouden en wilde dan ook zoo maar de Druivelaar voorbij gaan. Maar jawel 1 de vrouw zag me, klopte tegen 't raam en wenkte me binnen. Koopman! — zei ze — ik heb op je gewacht, want ik moet boeken hebben. De vroeg, of ze er handel in dreef, omdat ze zooveel kocht Ja zeker — zei ze — maar ik verdien er niet aan. Ik gerief er mijn klanten mee. Begrijp jij zoo iets, Vermeule?"

„Ba ja 'k, meneere! ik versta datte. Ge moet weten, dat de bazinne al heur kalanten kent «* de kalanten weten, dat de bazinne heur niet en verklapt Zoo, de venten, die 't voor den pastor niet willen weten, dat ze 't H. Schrift lezen, gaan 't van u niet en koopen, want heur wijf of kinders zouden 't dan weten en de die zouden 't kunnen verklappen aan den pastor: 't Is daarvoor, dat ze aan de bazinne van den Druivelare-estaminet zeggen: Koopt gij 'nen boek voor mijl Want ze weten, dat de bazinne heur niet verklapt Den dien, die estaminet houden, moeten alles kunnen verzwijgen, jutst-en-gelijk den pastor in de biechte. Versta je gij datte?"

Sluiten