Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158

„Loopt zeere, gijl 'k en wete van geen traktaatjes 1" „Neen g', droevaardl g' en weet er niet van,gij! Awal

zegt mij dan, wien het is, die sigaretjes maakt van

traktaatjes 7" Dat trok Miel zich erg aan.

„Moeder, horkt een keer! Mong zegt, dat ik van al de traktaatjes sigaretten gemaakt hebbe, en opgesmoorda Moedere, zegt gij, hoevele sigaretten ik gemaakt hebbe!'

„Juist eentje!" zei moeder. „En 't was ik, die zei dat hij maar een traktaatje moeste nemen en er een bladeke afscheuren. De jongen wilde geerne smoren; maar hij en hadde geen pijpsje en geen papier."

Nu stak Miel zegevierend het hoofd op.

„Sa, hoor je gij datte? Eentje 1 juist eentje! Awa, peisje gij, ik zou mij dood gaan smoren aan uw kettersche palullen?"

„Miel! wilt gij zwijgen!" zei moeder scherp, omdat ze vreesde voor het uitbreken van een godsdienstoorlog in haar huis, waar ieder mocht gelooven wat hij wilde.

„Heb je gij wel goed gekeken, Mong?"

Terwijl Edmond weer naar de lade ging en deze uittrok, zei hij:

„Kijkt zelf, rhoeder! ge gaat dan...."

Daar nu! nu lagen er wèl traktaatjes; moeder zag het ook en zei:

„Zie je gij wel, dat je miszaagt?"

Maar Edmond wist zeker, dat hij goed gezien had. Zooeven waren ze er niet en nu wel.

„'t En verkeert ') hier doch niet?" zei hij en keek zijn moeder aan, en die wees hem knipoogend naar Lotte. Want deze had ze er weer stilletjes ingemoffeld. Doch nu moest moeder eerst Lotte beschermen.

„Luistert, Mong! die traktaatjes zijn er voor gemaakt, om weg te gevene. Gij draagt ze mee van den predikant en gij geeft ze aan elkend-een, die ze aanveerden wil. A wa, als ze hiere in 't schof liggen, ik geve d'r ook bij

x) spookt.

Sluiten