Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

165

het papier er af en t was.... een boterham: twee sneden grof brood met boter en kaas er tusschen. Zwijgend bekeken beiden de vondst, overleggend, wat ze er mee zouden doen. De een dacht dat iemand den boterham had verloren en de ander, dat iemand hem, als overbodig, daar had neergelegd voor ieder, die er trek in mocht hebben.

„Wat gaan w* er mee doen?"

Edmond wilde de boterham in de sloot werpen; wie

weet Doch De Vries wikkelde de zaak weer netjes in

't papier en borg het pakje in den zak.

„We zouden t noodig kunnen hebben: de dag is nog lang, en we weten niet wat er gebeuren kan!" Ze hadden beiden toch wel brood in den zak; doch wie weet, hoe blij ze zouden zijn, dat ze dezeboterham gevonden hadden.

„A wa, — zei Mong — gij ziet weeral, dat den Heere voor zijn Apostelen zorgt De raven brachten Eha brood, als hij 't noodig had, en den Heere doet het ons al vinden, als we 't nog niet noodig hebben 1" Wijd en breed mat hij uit over deze boterham, en over de trouwe zorg van God voor Zijn volk.

Eindelijk naderden ze het terrein, waar de arbeid een aanvang zou nemen. Het eerste huis stond links.

„Mongl gij of ik?"

„Gij, meneere I ik neme dan rechts 1"

Ze hadden samen een tiental huizen bezocht en nog geen beet gehad.

„Peis je gij, meneere! dat we vandage vele gaan verkoopen?" vroeg Mong, die nu al bijna den moed verloor. Temeer, omdat hij zijn werk zeer ernstig opvatte en gedurig bad om wijsheid voor dezen arbeid, en dat de Heere het met zijn zegen mocht kronen. De Vries kon hem geen antwoord op die vraag geven: hij had zoo vaak schijnbaar den heelen dag voor niets gecolporteerd. Ze hadden nu weer een eind, waar geen huizen stonden. Ja toch, daar heel alleen, een bakkerij, 't Was links aan den weg, en dus voor De Vries. Even voorbij wachtte Mong en

Sluiten