Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

169

Is dat het brood van de raven van EUa — zei hij lachend — 't zal 't best zijn van al. 't Is de Heere, die voor zijn volk zorgt!"

Werkelijk smaakte dat boerentarwebrood met flink boter en kaas 'den hongerigen gasten buitengewoon heerlijk. Genoeg evenwel hadden ze nog bij lange niet, doch binnen een half uur zouden ze bij den bakker kunnen zijn! Even rustten ze nog, en verkwikt aanvaardden ze weer de reis. Edmond stond de mond weer bijna niet stil. t Meest babbelde hij over de ongemanierde bejegening, die de Klembeekenaren hem — neen, niet hem, maar het Evangelie, het Woord Gods hadden aangedaan. Nu en dan deed hij na, hoe men gezegd had: Nêl w' en moeten uwen bucht niet hé*n! — Nê vent! gaat zeer met uw palullen!"

Nogmaals roemde hij het groote voorrecht, dat ze met hun beiden waren.

„Ware ik alleene geweest, Tc hadde langs den weg gaan liggen mijn eigen uit te gulen. 'k En hebbe het van al mijn leven niet alzoo gepeisd. Zijn me dat menschen!"

Ja jongen! je mag wel den Heere danken, dat Hij je uit die duisternis heeft weggehaald. Had je er met je ouders blijven wonen, je zoudt meenen, door even zóó te handelen, daarmee zeer wel te doen!"

„'t Is waar, wat gij zegt! 't Is den Heere alleen, die 't herte opent voor zijn Woord!"

In eens haalde De Vries een N. Testament uit de tasch, een mes uit den zak, trok den band van het boek en sneed den rug op verschillende plaatsen door.

„Maar meneere 1 wat ga je gij nu doene?"

„Zoo!" zei De Vries, en wierp een brok van het N. T. over de sloot op 't land.

«Zij willen het in hun huis niet hebben; op hun land zullen ze het vinden!"

Dan wierp hij een tweeden brok op een ander stuk; en in vijf worpen was hij het boek kwijt: alleen den band en het titelblad behield hij.

„Wie betaalt datte?" vroeg Mong.

Sluiten