Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

„Wel, ik zelf!"

„Ik ga er ook eentje koopen uit mijn tasch en ga juist en gelijk doen!"

Edmond wilde band en titelblad er aan laten; maar De Vries zei hem, waarom hij dat niet moest doen.

„A sal gij hebt gelijk! z' en kunnen dan niet zien, dat het van de ketters is!"

Edmond kocht nog een tweede N. Testament uit zijn tasch en deed er mee als met het eerste. Intusschen naderden ze de bakkerij.

„Mong! begrijp jij, hoe deze bakker een Bijbel heeft durven koopen?"

„Neen 'k! Kwesje en heeft hij niet geweten, dat de pastor 't verbiedt van er in te lezen!"

„Dat is mogelijk; doch hij zal 't nu misschien weten, en daarom wil ik er geen brood koopen, en hem niet in de gelegenheid stellen, mij het boek terug te geven 1"

„Ge hebt gelijk, meneere 1 wij moeten voorbij gaan en we gebaren van nieten, 't Ware jammer, als we moesten den boek weer mee naar huis dragen 1"

Ze gingen dus door, en als ze na een klein uur de estaminet „De Druivelaar" bereikten, stapten ze daar binnen, om er brood en koffie te gebruiken, zooveel ze wilden.

De bazinne was weer zeer vriendelijk.

„A wel, meneere 1 gij hebt gij nu 'nen dom'stiek ')!"

„Ja, wat zeg je daar van?"

„'t Zegt, dat de commerce *) goed gaatl — En heb je gij d'r ook al vele verkocht van dage, vriend?" Deze vraag was gericht aan Edmond en die zei:

„Ikke, Madam! geen eentje 1"

„A wa, jonk! 't ware al te triestig, zóó thuis komen. Toogt mij uw boeken 1"

Of Mong dit verstond! Hij opende zijn tasch, gaf de bazinne een paar boeken in de hand, lei er een paar op tafel, en zei:

„'t Is 't best van al, wat ons Heer den mensch geeft,

') knecht. *) handel.

Sluiten