Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

171

Madam 1 en den prijs is zoo letter, dat elkend-een het betalen kan!"

,'t En is van 't geld niet, vriend I dat de menschen 't koopen of niet en koopen, newaar meneere?"

„'t Is waar, Madam! en mijn dom'stiek weet dat ook welt"

„Ba ja, 't jonk en is niet zot, en hij gaat hij een fijn merchant ') zijn!" De vrouw kocht een Bijbel en een N. Testament van hem. En of Mong nu gelukkig was! Met zijn eigen twee, die hij in brokstukken in 't veld had geworpen, had hij nu vier boeken verkocht, en De Vries slechts twee!

Toen ze weer samen op weg waren kon hij't niet laten, telkens het geluk van den dag te roemen.

„Newaar, meneere I den Heere heeft het van dage wél met ons gemaakt! W en hebben nieten te kort gehad, en zes boeken verkocht: gij twee en ik viere! En ze gaan 't nu allegaars weten, dat ik uw dom'stiek zij, lijk Madam zegde!"

„Zou je er zin in hebben, om alle dagen dat werk te doen, Mong?"

„Meneere! ware ik rijke lijk 'nen keuning, ik wierd Bijbelcolporteur, 't Is 't schoonste werk van al!"

„Je wilt dus wel eens weer mee?"

„Ware 't aan mij, ik ging altijden met u meegaan; en zijn er de baas en bazinne content mee, ik ga dan geerne nog veel keers met ut"

Mong ging mee naar de woning van De Vries, waar Madam een flinken maaltijd voor de beide reizigers gereed had. Maar ze hadden nu niet veel trek meer. En als ze na den maaltijd nog een half uurtje met elkander gekout hadden, vroeg Mong of hij heen mocht gaan. De beide colporteurs bedankten elkander uit den grond van hun hart voor den dienst, elkander bewezen.

Mong ging naar huis, waar hij door moeder verwelkomd

*) koopman.

Sluiten