Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

180

De schilder kende geen beter bescheiden, dan die de Evangeliën geven, en daaruit diepte hij op, alles, wat er van haar te vinden was, en schreef dit alles aan de abdis, waarop deze dan weer terug schreef. Wie het traktaatje had gelezen, had daarmee een totaalindruk gekregen van Maria, de gezegende onder de vrouwen, in alles, zooals de Schrift haar teekent Maar deze Maria was een gansch andere dan de Roomsche Heilige Maagd, was niet de Koningin des Hemels en onze voorspraak bij haren Zoon; maar een door Christus hoogbegenadigde zondaresse, gelijk alle geloovigen, alleen de gezegende onder de vrouwen, uit wie de Christus geboren was. Het slot was de heenwijzing naar den eenigen Middelaar en Voorspraak bij den Vader: Jezus Christus.

Vermeule kende dit traktaat een boekje van een 24 bladzijden, heel goed, en hij wist dus nu wel, wat in Bertha's hart was. De moeder doorbladerde het even, en Vermeule zei:

,'t Is 'nen schoon boeksje, Madam l stijf ») Christelijk en serieus, 't Is él van 't Heilig Schrift Gaat het lezen en gij zult er content van zijn, dat zóó entwat in Bertha heur herte is!"

De vrouw was zóó nieuwsgierig, dat ze terstond begon te lezen. En hoewel ze reeds op het titelblad gezien had, dat het boekje door de Evangelischen werd uitgegeven, scheen haar dat niet te hinderen, want toen ze een viervijftal bladzijdjes gelezen had, zei ze:

,Eh wel, dat is schoone 1 en 't is goed 1" Terwijl de vrouw zat te lezen, zei Vermeule tot het meisje:

„G' hebt er nog vele, lijk ik ziel" want ze had een stapeltje van een paar vingers dik in baar hand.

nVele? — 'k hebbe er nog meer!" zei ze, en wees met de" hand naar de plaats, van waar ze de andere had weggenomen.

„En gij hebt ze allegaar gelezen?"

,Allegaar? Ba, 'k en weet niet! Maar eenigte hebbe ik veel keers gelezen!"

') zeer.

Sluiten