Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

187

„Wist jij dat wei, Mong! dat de priesters hier in 't land de H. Schrift verbieden te lezen en ze verbranden?" Had nu Edmond gezien I

„O, gij fijnaard! — zei hij — gij wist gij datte niet! Neen, gij weet datte niet, en 'k wete ik dat ook niet! A wal Tc en houde 'k ik mij niet van den domme, 'k Ga ik verboön boeken verkoopen vandage. Verkoope gij maar Christlijke boeken, 'k Zeggen ik, dat het 'nen wijze vrouwe is en ik ga heuren advies doener"

Hij dacht er over na, wat hij hierover met den baas had geredekaveld, en hij zag nu in, dat de vrouw de knoop had doorgehakt. .Verboden boeken" dat sprak niet van waar of onwaar, van goed of slecht, je deedt daarmee niet te kort aan de eere, die het heilige Boek toekwam.

„Zie je gij, meneere! elkend-een als hij entwat wil verkoopen, hij prijst het zoovele hij kan, en de menschen weten datte: zij zijn 't gewend en ze gelooven 't niet Zoo, ik ben van gedacht als je de boeken niet aanprijst, ze gaan ze koopen1"

„Och — zei de colporteur — 't is goed, dat je er ernstig over denkt, om het werk op zijn allerbest te doen, maar weet je wat altijd het slot er van is? Dat als je 't werk gedaan hebt je inziet dat je 't anders hadt moeten doen. 't Is moeielijk werken onder menschen, want menschen zijn geen baksteenen: de steenen zijn allemaal zoo wat gelijk, maar de eene mensch is altijd weer anders dan de ander. Salomo zegt: Die zielen vangt is wijs. Maar ik wil je wel zeggen, dat ik altijd wijsheid te kort kom!"

Aan beide zijden van den weg, dien ze nu gingen, waren huizen, doch ze namen niet elk een kant: ieder ging maar steeds het huis dat volgde. In de meeste huizen was óf niemand, die lezen kon, of er waren slechts jonge kinderen thuis. Een oud boertje beantwoordde Edmonds vraag, of hij niet een verboden boek moest koopen, met:

„Ge zijt gij van den Duivele gezonden!" en dreigde hem met een stok. Dit had zulk een uitwerking, dat Edmond begon te twijfelen aan de deugdelijkheid van zijn aanbieding.

Sluiten