Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

Toen ze dien weg ten einde waren, kwamen ze aan een pad langs een vaarwater, en het eerste huis daaraan was een groote heereboerderij. De Vries ging hier door 't hek, en Edmond, die nieuwsgierig was, hoe 't zou afloopen, verborg zich achter laag geboomte, en keek door 't gebladerte heen. De boer had den colporteur zeker zien aankomen, want toen deze de zijdeur genaderd was, stond de boer hem reeds op te wachten, terwijl eenige knechts bij een hooischelf blijkbaar stonden uit te kijken, wat voor raars er ging gebeuren; want zij zullen den heereboer gekend hebben.

Nauwelijks had de colporteur zijn tasch geopend, er een groot N. Testament uitgenomen en den geweldigen reus — want dat was de heereboer — aangeboden als „het Woord van God, de Heilige Schriftuur, het eenige Boek, dat ons waarachtig den weg ter zaligheid aanwijst," of de kerel begon te vloeken en te schelden, greep hem het boek uit de hand en kletste het tegen den grond. De Vries raapte het weer op, en maakte, dat hij wegkwam, want de heereboer greep naar een steen. Maar de colporteur was om den hoek verdwenen en nu ging de reus weer in huis. Doch de man met de boeken was niet het pad naar den weg ingeslagen, maar — om het huis heen — naar de arbeiders. Dezen keken nu haastig uit, of ze den boer misschien zagen, en zich veilig wetend, wenkten ze, terzijde van den hooischelf, den colporteur.

„Een beetje rap! — zei één hunner — anders gaat hij 't zien! Wat voor boeken zijn 't?"

„'t Heilig Schrift, een halven franc zulk een schoon groot boek!"

Drie mannen tastten terstond in den zak en kochten elk een N. Testament

„Gaat nu zeerè vors — zeiden ze — dat hij 't niet en ziet: wij verduiken de boeken in 't hooi en we gaan er in lezen, als we tijd hebben 1"

Toen De Vries bij Edmond gekomen was, zei hij:

„Zie je, Mong! nu heb ik verboden boeken verkocht, drie gelijkt"

Sluiten