Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

189

„A sal — zei Mong — gij doet dan ook het advies van de boerinne!"

„Neen, dat niet; maar aan 't gedrag van den boer hebben de knechts gezien, dat het voor hem verboden boeken waren, en daarom hebben zij ze toen willen hebben, denk ik!"

,'t Is pertang curieus, meneere 1 weggeschupt worden en drei boeken verkoopen 1 wij zijn er wèl meel"

Even verder klampte Mong drie daglooners aan, die hij staande hield met:

„Kijkt 'nen keerl 'k hebbe wat schoons voor u; kijkt een keer, wat schoone boeken aan tien cings en dezen grooten aan een halven franc, 't Is dat hetgeen we noodig hebben voor de waarachtige waarheid te kennen!"

„Ventje" — zei de oudste — „wij weten dat al van lang, al dat je klapt, en wij weten, dat het Heilige Schrift alleene de waarheid is en dat de pastors ons de waarheid niet en leeren. Maar wat gaan we doene? Koopen wij 'nen boek, den pastor gaat het weten, en wij gaan hem moeten branden, en wij zijn ons geld kwijt. Zóó, 't is al voor niet, dat we 'nen boek koopen. Peist er wel op, dat we arme zijn, en 't is bij de gratie van den pastor, dat we leven. Is 't, dat we niet doen, al wat hij wil, hij laat ons crepeeren van den honger; w' en vinden dan geen werk meer!"

„A wa — zei Mong — 't en is den pastor niet, die u werk geeft, 't zijn doch de boeren!"

„Tju, tju! 't zijn de boerenr" — zei de spreker met spotachtigen lach — ja, 't zijn de boeren juist, die nog min courage hebben als 'nen werkman, en die al moeten wat den pastor wil!"

Edmond stampte plotseling met den voet hard tegen den grond. „Wel, a wel! dat 'nen mensch naar God niet en hoort, en zijn eigen laat vertrappen en vermoorden, dat hij geenen mensch meer en is!"

„'t Is lijk gij zegt!" zei de oudste.

„Ja 'tl" zei een ander.

„'k En kan u geen ongelijk geven!" zei de derde.

Sluiten