Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXII.

De „slunzeziekte" scheen bij Bertha een heel ander verloop te hebben dan bij anderen: zij had de ziekte in veel lichter graad; doch bij haar scheen ze niet over te gaan, hoewel de gewone influenzaverschijnselen reeds waren geweken. In plaats van in kracht toe te nemen, werd ze zwakker. En altijd kuchen I De „docteur" zei er niet veel van; 't meest zei hij door hoofdschudden.

Bertha verborg niet meer haar traktaatjes en haar N. Testament voor vader en Romanie, en las er in als ze wilde, om 't even of ze alleen was, of dat alle huisgenooten bij haar waren. Moeder — nadat zij „Het Portret van Maria" gelezen had, was zóó belust op meer geworden, dat ze alle traktaatjes van lieverlede in haar weten had opgenomen. Maar zij verborg ze niet voor haar man, noch voor Romanie. Hij deed, of hij die boekjes allang kende, hoewel hij nooit de moeite had willen doen, er de eerste bladzijde van te lezen. En die onverschilligheid maakte, dat hij er niets tegen inbracht Romanie noemde de boekjes „palullen" en meer kon deze er ook niet van zeggen. Tegenover het N. Testament toonde vader Lariviere meer respect: dat was de H. Schrift, het boek dat Luther aan de wereld had teruggegeven. En Luther — was in 't oog van vele „Liberalen" eigenlijk de vader van 't „Liberalism", en de Geuzen waren — hun broeders. En de heeren, in wiens dienst Lariviere was, hadden langzamerhand openlijk de partij der Liberalen gekozen.

Sluiten