Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

204

Maar Vermeule was een zéker man. Hij wilde eerst zelf beter met alles op de hoogte zijn, eer hij Edmond mededeelde wat hij en zijn vrouw reeds samen besloten hadden. Toen nu, na lang zwijgen, de knecht nog eens zijn vraag herhaalde, wat de baas er wel van dacht, zei deze'

„'k En kan 't u nog niet zeggen, Mong! 'k Ga zelf eerst een keer mee willen gaan met De Vries, 'k Ga d'r dan van kunnen klappen!"

Vermeule hoopte dan twee, misschien drie vliegen in één klap te zullen vangen. Hij zou dan iets van het eigenlijke colportagewerk komen te weten; hij zou dan heel veel, en heel vrij met De Vries kunnen spreken over Mong, en — ja, de baas had er nog maar nooit achter kunnen komen, wat de eigenlijke reden was, dat de bazinne uit de Druivelare-estaminet de heele tasch had leeggekocht. Daar moest iets in die parochie gebeurd zijn, en hij wilde er achter zien te komen.

Mong was er nu als de kippen bij, om met De Vries te spreken, want hoe spoediger de baas zijn voorgenomen colportagereisje mee maakte, hoe eerder hij een antwoord op zijn vraag zou hebben.

En ja wel! reeds den anderen dag kwam De Vries.

„Broeder Vermeule! wanneer ga je nu eens een dag mee?"

„Voila 1 meneere De Vries, gij zijt van God gezonden ')! 'k Ware juist te wege, deze of de naaste weke u 'ne keer te bezoeken, 'k Zou dan willen, een keer met u meegaan!"

Vier dagen later waren Vermeule en De Vries samen op weg. De baas droeg ook een taschje, niet gevuld met boeken maar — met boterhammen, worst en eieren. Hij had zijn plan zóó gemaakt: eerst moest zijn taschje leeg gegeten zijn, dan zou hij het met boeken vullen en er mee colporteeren. Al deden ze nog zoo hun best met eten, dan zou het toch bijna avond zijn, eer alles verorberd zou wezen. De baas had eigenlijk geen zin aan

*) Deze spreekwijze is In Vlaanderen zeer algemeen.

Sluiten