Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

211

blijdschap te toonen. Na heel veel groeten en dankbetuigingen liep ze haastig naar haar huis.

Maar wat nu Vermeule in zijn schik was. Had de bijgeloovige boer hem in slecht humeur gebracht, door het aardige meisje was hij weer geheel en al opgefleurd.

Ja, baasl — zei De Vries — zoo is nu 't leven van een Bijbelcolporteur: zoet en zuur wisselen elkander steeds af!"

Al babbelend waren ze weer op den hoofdweg gekomen en nu ze meer en meer „de Druivelare" naderden, begonnen ze vanzelf aan koffie te denken, en toen ze de estaminet bijna hadden bereikt, kwam de waardin naar buiten, en zou den weg oversteken, misschien om een boodschap.

„Neen, Madam 1 thuis blijven 1" — zei De Vries.

„Is 't weeral voor kaffee?" vroeg ze lachend, en maakte terstond rechtsomkeert en liet de beide mannen binnen gaan. Zoodra de vrouw het vuur had opgestookt en het water opgezet, begon een druk gesprek, terwijl Vermeule meermalen er haar aan herinnerde, dat zij niets moest ontzien om een goed bakje te zetten, want dat hij dan ook goed zou betalen.

En 't werd een heerlijk bakje 1 En genoeg! De vrouw moest meedrinken, en 't bleek uit haar drinken, dat zij niet gewend was, zulke koffie voor haar zelf te zetten; ze luste ze niet De Vries sprak over 't Evangelie en Vermeule over de pastors.

„A wel, Madam! ge zoudt gij 'nen keer moeten uiteendoen, wat er hiere voor 'nen letje in de parochie is voorgevallen, 'k Ben curieus, van 't juist, heelegansch juist te weten!"

Hij zei niet dat hij er iets van wist doch zijn woorden waren zóó ingekleed dat de waardin niet anders vermoedde, dan dat hij er reeds 't een en ander van gehoord had.

„'t En heeft niet veel om 't lijf, meneere! is 't dat de menschen er vele van klappen, 't Kan elk-end-een overkomen. Luistert! ik ga 't u heelegansch juist uiteendoen.

Sluiten