Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

de Roomschen al 't slecht, wat er heur van de Protestanten gezeid wordt, gelooven. Zoo, 't is different of je Roomsch zijt in den Belgique, of Roomsch in Holland 1" Mong wou dat zijn baas niet „afstrijden", maar beweerde, dat hij toch maar colporteur zou kunnen zijn in Vlaanderen, en dus met Hollandsche Roomschen niets te maken had.

Vermeule gaf dit toe; doch wilde, dat Mong zou erken nen, dat de predikant verder zag dan hij.

„Algelijk, Mong! is 't mijn meenst, dat 'nen Bijbelcolporteur niet bij de menschen moet komen, om 't Roomsch religie te bestrijden; maar heur het Evangelie moet brengen 1"

„A sa, baasl 't is datte juist! 'k Hebben ik dat aan meneere dominee gezeid, en hij gaf mij gelijk; en De Vries zegt het ook: j' en moet van 't Roomsch religie niet klappen, j' en moet van geenen kerke gebaren: 't Woord van God is voor elk-end-een, en alzoo 't is datte, waarover je te klappen hebt!"

De vrienden wisten 't nu allen wel, dat als er een colporteur noodig was, dan kon Mong daartoe in aanmerking komen. Nu en dan ging hij met De Vries mee en toonde in alles, dat hij voor dezen arbeid in Vlaanderen de aangewezen persoon was.

De predikant beval hem aan bij verschillende corporaties, en daar Mong dit wist, kwam hij nu en dan eens informeeren, hoe het met de zaak stond.

En eindelijk, eindelijk — toch nog onverwacht — kwam het bericht, dat Edmond D' Hope verzocht werd, op een

gegeven dag te verschijnen te X., ten huize van ,

om onderzocht te worden, of hij een geschikt Bijbelcolporteur zou kunnen zijn.

Daar schrok Mong tóch van: 't kwam zoo dicht bij, wat hij zoo vurig had gewenscht. Al zoo lang was die begeerte een zaak van aanhoudend gebed geweest; doch nu bad hij ernstiger dan ooit

Sluiten