Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

„Romanie! loopt zeere om Vermeule, subiet!" had hij gezegd, en terstond een blijder glans gezien over Bertha's bleeke gelaat

Moeder was al lang volkomen bekend met de begeerte van haar dochter, die voornamelijk dit inhield, dat ze mocht sterven en begraven worden als een Evangelische Christinne; en Vermeule moest dat dan alles beschikken; die zou in alles wel goeden raad geven.

Zijn stap, zijn binnenkomen, had ze gehoord. Dan stond hij bij haar bed, hij, met in de oogen tranen, waarin hemelvreugde glansde. Zachtjes pakte hij haar hand.

„Bertha!"

„Vermeule!" zei ze en glimlachte.

„A wel, hoe is 't Bertha?"

Ze wierp een blik omhoog en zei zacht:

„Ik danke God, door Jezus Christus!"

Vermeule zag 't wel, dat 't sterven werd.

„Ge gaat naar huis, Bertha?"

Weer wierp ze een blik omhoog en weer zei ze, zacht maar duidelijk:

„Ik danke God, door Jezus Christus!"

Vermeule trof dit zeer en zei:

„G' en weet niet anders als datte?"

„Neen 'k, neen 'k! nieten anders!"

„'t Is wel, Bertha! 't is al wél, als 't alzoo is. De danke met u God, en roeme met u alleene in Jezus Christus, onzen Heere!"

Vermeule kon zijn tranen niet inhouden; doch dat hinderde niet, want de zielevreugde blonk er doorheen.

„Ge zoudt geerne hebben, newaar Bertha! dat ik nog 'nen woordetje uit het Heilig Schrift laze, en dat we samen bidden en danken?"

Ze lachte blijde, en zeide:

„Ma!"

Moeder wist haar bedoelen, en zou spreken; maar ze kon het niet terstond: ze was zoo aangedaan en ook

Sluiten