Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

247

haar stonden de oogen vol tranen; maar tranen met licht er in. De vader ook had vochtige oogen; en Romanie zat triestig, hopeloos vóór zich te staren.

Moeder had haar gelaat gedroogd, en Bertha zei nog eens:

„Ma!"

„Ja 'k, mijn engeltjen! 'k ga 't zeggen!" zei moeder en deelde Vermeule mee, dat Bertha als een Evangelische Christinne zou willen sterven en begraven worden, en dat ze geen Roomschen geestelijke bij haar zou willen hebben.

„'k Zou 't ook niet willen — zei Vermeule, zeer verrast, niet alleen door de beslistheid van Bertha; maar ook door de toegeeflijkheid hierin vooral van haar moeder en — misschien ook — van haar vader.

„'k Zou 't ook niet willen, moeste ik sterven. Christus is onze Priester, en Dien alleene hebben we van noode in leven en in sterven. En 't is Christus, die Zijn kinderen zalft met den Heiligen Geest, en 't is daarmee, dat we altijden berecht zijn; w' en hebben geen heilige olie meer van* noode. Newaar, Bertha?"

Ze glimlachte en zei zacht:

„Nee wM"

„Awel, Bertha! — ging Vermeule voort — als gij 't niet geerne en hebt, uw vader en moeder zullen dan geenen Roomschen Priester doen komen, newaar?" Hij richtte dit „newaar?" naar de ouders, die terstond zeiden:

„Nee w*, nee w', w' en doen geenen Pastor komen I"

Bertha had dat gehoord, gehoord ook van haar vader.

„Papaatje!" zei ze en zag hem aan met een hemel vol welgevallen. En moeder wist nu, welk een overwinning hier behaald was. O, ze was zoo blij. Maar nu het andere nog: de begrafenis! Ze gaf Vermeule een zachten beteekenisvollen duw. En deze kende ook het gouden oogenbiik.

„En newaar, Bertha 1 ge zoudt willen begraven zijn, lijk gij sterft, als een Evangelische Christinne? Awel, ik ga daar voor zorgen ais vader en moeder d'r mee content zijn."

Sluiten