Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

251

Vermeule had aan Theodoor in 't geheel niet gedacht. Reeds was hij op weg naar huis en toen hem een heer voorbij ging, keek hij dien na tot aan Lariviere's woning, waar hij binnen ging. 't Was Theodoor, die, zoodra hij een telegram van thuis had ontvangen, met den eerst gaanden trein zich hier heen op weg had begeven.

Madam Vermeule was telkens naar de deur geloopen om te zien, of haar man haast kwam. Daar was hij eindelijk, en haastig ging ze mee naar binnen, om te vernemen, hoe 't met Bertha was. Hij zei haar, dat het niet lang zou duren, en dat het meisje reeds als in den hemel was, immer met een blijden glimlach over haar wezen, zoo gelukkig als hij nog nooit een sterveling gezien had.

„En z' is aan 't Evangelie?"

Ja z', ja z'! en z' en wil geenen priester bij heur, en ze wil Protestantsch begraven worden 1 Ze klapt, of ze al heur leven aan 't Evangelie geweest is!"

Zonderlinge vrouw. — Zij bleef nog altijd Roomsch en verblijdde zich, dat Bertha „aan 't Evangelie" was.

Laat in den avond ging Vermeule nog even naar Lariviere, om te vernemen, hoe 't met Bertha was. Hij bleef aan de deur staan, en toen Romanie hem gezegd had, dat 't leek of Bertha sliep, begaf hij zich van daar naar den predikant, om hem te vertellen, wat hij .in 't huis van Lariviere had beleefd. Hij had reeds herhaalde malen hier van Bertha gesproken; maar 't verraste den predikant toch zeer, wat hij hoorde, en wondergaarne had hij 't meisje eens bezocht. Vermeule had ook reeds getracht, hem den weg daarheen te banen, maar Lariviere weerde het vriendelijk en kort af: heel de stad zou er van spreken, als de „Protestantsche priester" in zijn huis kwam; en voor Bertha zou — met het oog op haar ziekte — een eerste kennismaking met „'nen vreemden Hollander" niet goed zijn.

De predikant moest hierin wel berusten.

Sluiten