Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

258

door de geopende deur van Mongs woning, of moeder D' Hope had ontsteld gevraagd:

„A wa, baas Vermeule! En wat is d'r? 't Is doch wél met Mong?"

Spoedig had hij de ouders gerustgesteld, en hen daarna gezegd, dat hij gaarne hen alleen eens wilde spreken. Miel en Lotte, de eenige overtolligen, werden om een boodschap gezonden, en dan vertelde Vermeule, wat hij al zoo lang van Mongs verhouding tot Bertha wist

„'k Hebbe het nooit geweten 1" zei vader D' Hope, eenigszins verbaasd opziende.

„'k Hebben ik altijden gepeisd, — zei zijn vrouw — dat er zoo entwat ware. Hoe ware 't anders meuglijk, dat zulk 'nen geestig jonk naar geen meisen en kijkt? A, sa! 'k Verstaan ik het nul" Vermeule deelde hun nu mee, dat Bertha vandaag gestorven was. Ze wisten wel, dat het meisje sukkelde, doch hadden van haar sterven nog niets gehoord. Nu begrepen ze, hoe zeer het Mong moest geschokt hebben, toen hij zoo geheel onverwacht de doodstijding hoorde, en wel juist op 't oogenbiik, dat hij zijn lang gewenschte begeerte had verkregen.

„Z' hadden zoo schoone nu bij mekare gepast!" zei vrouw D' Hope.

„A wa! — zei Vermeule — 't is best van al, er niet van klappen, is 't, dat hij d'r zelf niet van begint!"

„'k Hebbe verlangst, dat hij thuiskomt; — zei de vrouw — 'k ben curieus van entwat te weten!"

„Hoe zoude gij 't vinden, baas Vermeule, dat ik met u meeginge en met Mong herkeerde?" vroeg D' Hope.

„'t Is goed, D' Hope! 't is best van al! Dat we maar subiet gaan!"

Toen Mong — een uur later — thuis was, werd hij door de broers en zusters overvallen met allerlei vragen. De zusters zagen verbazend hoog tegen hem op, nu hij „exaam" had gedaan, en de broers benijdden hem. Vader en moeder waren trotsch op hun zoon.

Sluiten