Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

261

den, en zij het door hem voorgelezene gaarne zelf nog eens wilde lezen, had hij haar zijn N. Testament gegeven, en — zeker zonder er bij te denken — dit boek in zijn zak gestoken en mee naar huis genomen.

„Maar hoe Bertha d'r aan gekomen is, weten ik niet!"

Mong lachte met groote tranen in zijn oogen.

„Tc Weten ik datte, baas! 'k Peize, dat ik het wete. 't Zal onze Lotte geweest zijn, die 't aan Manda heeft gegeven, en Manda heeft het naar Bertha gedregen!"

„Manda? Wat voor Manda?"

„Zotte Manda, wéét wel!"'

Ja, de baas kende, even goed als iedereen, zotte Manda.

En nu kwam hij meteen te weten, hoe Bertha aan al die

traktaatjes was gekomen. Mong drukte, het boek aan zijn hart en zei hartstochtelijk: „'k En zou den boek voor geen honderd duist frank

willen missen; voor heel de wereld niet!" „'t Is curieus, curieus!" zei de baas en haalde zijn

vrouw, die nu ook de beide namen las, het hoofd van

verbazing schudde en zei: „'t Is 'nen mirakel, 'nen serieus mirakel I" Een mirakel I Dat woord bracht Mong in vervoering,

zoodat hij het boek omhoog hief en met sterke aandoening

zeide:

,'t Is 't mirakel van 't Heilig Evangelie!"

Hij zocht een mooi lapje „valour", en vroeg den baas wat dat kostte; doch de baas wilde er geen geld voor hebben, en Mong wikkelde daarin zijn kostelijken schat

„'k Ga naar mijn huis!" zei hij en stak het in fluweel verpakte boek in den binnenzak van zijn jas. Met een groet ging hij heen. Met Bertha's eigen geschreven naam in zijn boek, vlak op zijn hart, Was 't hem, of hij de levende Bertha bij zich had. Als een gejaagde snelde hij naar huis, aan niets en niemand eenige aandacht schenkend.

Moeder zag hem haastig langs het paadje naar huis komen en begaf zich naar de deur.

„Scheelt er entwat?"

Sluiten