Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

279

Wij hebben hier een levendig geschreven boek; de figuur van Pol Moerebeeke, de hoofdpersoon, van wien degenen, die hem weinig kenden, zich afvroegen of hij „zot was, totdat men hem in de oogen zag, „die oogen, die konden lachen en weenen, prijzen en laken, smeeken en vloeken, lofzingen en schelden, vragen en antwoorden, gelooven en twijfelen," is goed geteekend. Pol is een braaf mensch, die trouw zijn godsdienstplichten waarneemt, maar op wien de mystiek der R. K. kerk blijkbaar weinig vat heeft. Op zeer natuurlijke wijze wordt ons dan ook zijn overgang tot „het Evangelie" (het Protestantisme) geteekend. En zijn tijdelijke bevlieging voor het Leger des Heils, of „Heifige Leger" zooals hij zeide, is met een karakter als het zijne ook begrijpelijk. Toch, ondanks zijn vele eigenaardigheden, meent Pol het goed; hij is een discipel die 't Evangelie geen oneer aandoet. Het boek is blijkbaar geschreven door iemand, die de Vlaamsche toestanden en 't vlaamsche volk door en door kent, en goed op de hoogte is van de „wonderzoete Vlaamsche sprake". Het is bovendien doordrongen van gezonden humor, men leze slechts op bL 268 het daar gegeven staaltje van Pol's paedagogiek! De inteekenaren op Callenbach's bibliotheek zullen met dit boek tevreden zijn.

F. v. d. B(orch) v. V(erwolde) in „Onze jonge meisjes" van 1 Juli 1913.

Een prettig, een kostelijk boek. 't Is vol fijne teeke-

ning, vol Vlaamschen humor, vol passages, die we zouden willen afschrijven, om te laten zien dat het waar is wat we zeggen. Maar vooral heeft het waarde, omdat het in Pol Moerebeeke laat zien dat het Evangelie een kracht Gods tot zaligheid is.

Wij hopen dat deze Schrijver ons nog meer van dit soort zal geven.

„De Zondagsbode van Schiedam."

Een frisch boek, vol Vlaamsche lente gaf Veltman. Echter niet alleen geestig en onderhoudend, óók religieus in de goede, ware beteekenis.

„Kerkelijk Weekblad" van 9 Augustus 1913.

Sluiten