Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

286

voor de ziel?" (217) Zulke heel-klare dingen, maar die gemakkelijk vergeten of omgekeerd worden, kan Veltman zoo langs den neus weg preêken. Maar hij kan meer. Zjjn Baje is een beetje 'n vreemde vrouw, maar hoe levend is zij in dit boek voor ons geworden, en wat weet de schrijver ons ook de vreemdste dingen aannemelijk voor te stellen, zelfs dien bouw van het kerkje voor tachtig gulden.... Ik durf het niet meer zeggen dat het onmogelijk is. Want toen ik Peter, een vorig maal, beoordeelde, en gewaagde van de onwaarschijnlijkheid van het gebeuren, heeft de schrijver mij met de stukken willen aantoonen, dat de zaak zich had toegedragen, zooals hij haar had geteekend.

En bij ervaring weet ik dat de werkelijkheid soms romantischer is dan de verbeelding. Ik wil dus ditmaal niet weer de kans loopen hem onrecht te doen gelijk toen, — een onrecht waarover ik gaarne een peccavi spreek — maar blijf toch een beetje sceptisch op het punt van dien kerkbouw. Het doet er trouwens niets toe; met den prijs van het kerkje valt of staat dit verhaal niet; het is stevig genoeg om zonder den stut der feiten te blijven staan als een goed boek, waaraan ook literaire qualiteiten niet kunnen worden ontzegd. Er zijn bladzijden in van ontroerende schoonheid; ik denk b.v. aan „Antsjes" bezoek bij Fimke en wat daarop volgde.

Slechts heb ik één bedenking, en die is dat het verhaal eigenlijk maar een half verhaal is; het mist intrigue en ontknooping. Maar 't is waar dat het ons niet als een roman wordt aangeboden, en wij er dus niet de eischen van een roman aan stellen moeten. Gaarne wensch ik Veltman geluk met dezen arbeid.

G. S. (G. Schrijver) in „De Nederlander" van 8 Mei 1915.

Aanteekening van den uitgever.

Wat de „kleine verhalen" — „bedenksels" — betreft, deelde de schrijver mij mee, dat hij, voor zich, 't meest bezwaar had tegen de uitgave er van, omdat de personen, leiten en toestanden, hierin geteekend, zóó bekend waren in hun eigen wereld, waar hij ze leerde kennen, dat ieder daar, die deze verhalen las, de geteekende personen zou kunnen herkennen en zich de feiten herinneren. In al die verhalen is, evenzeer als in zijn „groote boeken", volle waarheid en werkelijkheid geteekend. „Bedenksels"? — Natuurlijk, een schrijver moet zijn bekende menschen en feiten vermommen m andere namen, plaatsen en bijomstandigheden; maar wie zou zoo dwaas zijn, om het onmogelijke te „verzinnen"? Het heeft den schrijver dan

Sluiten