Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8

dankbaarheid wel om zijn hals willen vallen, maar hij was daarvoor veel te veel een stille, teruggetrokken zoon van 't hooge Noorden

„Daar ben ik, oom!"

„En vader heeft je alles verteld?"

„Niet wat u wilde, dat ik deed."

„Je zult je handen flink uit moeten steken."

„Daar ben ik niet bang voor."

„Je weet, er is hier een nieuw hotel gebouwd, daar kunnen ze nu best een fermen jongen gebruiken; een jongen, die den tuin in orde houdt, die boodschappen doet en die vertrouwd is op 't water; die de menschen eens rond roeit..."

„O, oom", er klonk een juichkreet door 't kleine, houten huisje.

,,En 's avonds, of als ze je daar niet noodig hebben, kom je hier hout snijden, dan verdien je gauw evenveel als Hilma en help je je beste ouders ook."

,,'t Is al te heerlijk; maar oom, 't roeien, zouden ze me vertrouwen?"

„Ik zal je den weg leeren; vroeger roeide ik hier de vreemdelingen, toen mijn beenen nog goed waren; ik weet nog precies, waar de rotsblokken haast boven komen. Laten we dadelijk beginnen, een bootje ligt beneden; draag me maar op je rug."

Sluiten