Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

telbloemenland in bloei staat, kan — kan zij dan niet

bij ons komen en kunnen we dan niet plukken, plukken, plukken en kunnen de kasteelkinderen dan ook niet komen helpen plukken, plukken, plukken, en al de kinderen uit 't dorp, kunnen die ook niet komen plukken, plukken, plukken, totdat ze zoo'n massa sleutelbloemen heeft als ze maar verkoopen kan?"

Snoes was een en al leven en beweging'. Nu vloog ze weer naar 't bloemenmeisje toe. . „Hoe heet je?" ,, Jaantje Wikkers!''

„Zou 't niet kunnen, tante Marie, als we allemaal meehielpen? Zou vader 't niet goed vinden?" vroeg Snoes haastig.

Tante Marie lachte, zooals ze zoo dikwijls tegen Snoes lachte. „We zullen Jaantje's adres precies opschrijven en als we weer thuis zijn, zullen we er met vader en moeder over spreken," beloofde ze.

En dit was 't begin van de Sleutelbloemenpartij.

Natuurlijk was ik degene die er met den dominee en zijn vrouw over praatte, hoewel ze mij niet zagen en mijn stem niet hoorden. Alles werd meteen maar afgesproken, tot groote blijdschap van Snoes.

Aanstaande jaar, bij leven en welzijn, zou 't bloemen verkoopstertje den dag, die aan den grooten Primrose Day vooraf gaat, buiten doorbrengen; ze zou dan heelvroeg komen en 's avonds zou ze zooveel sleutelbloemen als er maar geplukt konden worden, mee naar huis terug nemen in groote sluitmanden, om die frissche waar den volgenden dag te verkoopen en er veel geld voor te krijgen.

Sluiten