Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zigeunertje"

't Was Woensdagmiddag in 't begin van den zomer.

„Zeg Han, zijn ze niet schattig?" vroeg Ati, terwijl zij zich bukte om door de heesters heen haar zusjes, de tweelingen, na te kijken, die met Mama 't hek uitgingen van villa Ellematis... ,,'t Zijn net twee kinderen van een plaatje."

„Ja," zei Han lachend, „en net zoo saai ook! 'k Ben blij dat jij niet zoo bent."

„Ondeugende jongen," zegt Ati, maar 't klonk alsof" zij 't laatste deel van wat de ondeugende jongen zei, toch niet naar vond.

Han en Ati waren al jaren „vrinden" zooals zij 't noemden. Han woonde met zijn moeder, die weduwe was, op villa Ruimzicht, en de twee villa's stonden een eind buiten het dorp. Han en Ati waren elf en gingen nog op de dorpsschool. Een volgend jaar zou Han met den trein naar de stad gaan naar de H. B. S., en Ati naar een meisjesschool op een dorp in de buurt.

„Dan zal ik echt vrinden krijgen," zei Han, en 't leek Ati niets prettig, die scheiding. Zij zou zich zoo alleen voelen zonder Han. Mimi en Lili, de tweelingen, hadden elkaar en

Sluiten