Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

Han z'n moeder ging altijd zoo prettig op zijn plannetjes in. Als ze uitvoerbaar waren, maakte zij nooit bezwaar. Ook nu wist zij raad om hem thee mee te geven. Zij zette thee, schonk 't af in een verwarmd trekpotje, deed er melk en suiker door en pakte het toen in wat hooi om 't warm te houden. Met een paar kopjes en een trommeltje koekjes werd het in een klein mandje gepakt, dat Han droeg; terwijl Ati een schepnet en de salamanderflesch torschte, want Han was een aartsverzamelaar en nooit zou hij een tocht naar het bosch en de beek ondernemen „ongewapend", zboals hij zei. En misschien vond hij daarom Ati wel zoo bruikbaar 'als „vrind", omdat zij nooit griezelde van kikkers of salamanders of torren.

Op een rustig plekje genoten zij van hun thee.

„Je hoeveelste koekje is 't wel, Han?" vroeg Ati lachend.

,,'k Weet 't niet, 'k ben de tel kwijt, maar ik moet m'n beenen goed voeden, dat weet je."

Han beweerde altijd dat hij veel eten moest, omdat zijn beenen zoo lang waren.

Met een goeden buit in de salamanderflesch kwamen ze tegen etenstijd terug. Toen Ati aan de tweelingen merkte, dat zij zich eigenlijk verveeld hadden op de groote-menschenthee, betreurde Ati 't niet, dat zij maar ,,'t Zigeunertje" was, want ze had een „leuken" middag gehad.

't Was geen verrassing voor Ati, toen zij den volgenden ochtend hoorde, dat tante Elise dien dag zou komen. Tante Elise was een tante van moeder. Ati was bij haar niet in de

Sluiten