Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

„Voor Miller beteekent 't wel een schade van tienduizend dollars," hernam Lou, „en als u me helpen wilt, zal hij 't u zeker vergoeden."

„We konden je wel met een boot aan wal zetten; ik zal er even met den kapitein over spreken. Maar we zijn nu al zoowat drie kwartier beneden Miller z'n landingplaats."

„Drie kwartier! Was hij zoo ver weggedreven?"

Een kwartier later werd hij door een paar ferme roeiers naar den oever geroeid en aan wal gezet op een plek, waar hij hoopte iemand op wacht te vinden.

Maar er was niemand. Lou rende langs den oever in de richting van de farm.

De regen was minder en de duisternis niet zoo dik meer. Toch was 't nog moeilijk genoeg om op 't onbekende terrein vooruit te komen. Nu was hij dicht bij 't begin van de groote bocht. Vermoedelijk zouden daar de Fisher's de dammen doorsteken.

Daar zag hij een lantaarn bewegen. Een lucifer werd afgestreken en ging uit. Nog een. Toen ging de lantaarn uit, en Lou hoorde 't geplas van roeiriemen in 't water. Nu begreep hij wie dat waren. Hij rende vooruit. De dam scheen ongedeerd. Slechts een paar seconden dacht hij dit. Toen volgde een vreeselijke ontploffing, de vlammen sloegen hem in 't gezicht. Na een oogenblik van verbijstering vond hij zich zelf op den grond liggen, overdekt met modder. Ongedeerd? Nee, toch niet, 't bloed liep over zijn gezicht en hij

Sluiten