Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

Ik weet dat er ook nü nog jonge harten zijn, die droomen van dat leven van verrassingen, van avonturen; van 'n leven dat heelemaal afwijkt van het eentonig bestaan in beschaafde landen, met iedere dag weer dezelfde saaie werkzaamheden.

Welnu, laat ze maar komen naar het hooge Noorden. Reizen is het dagelijksch brood van den missionaris. Hiér kun je trekken over moerassen, meren en rivieren, vaak op goed geluk af, want wegen zijn er niet. Hier kun je slapen onder den blooten hemel, als je maar zorgt niet te bevriezen! Hier kun je genieten, vandaag van overvloed, en morgen van gebrek aan levensmiddelen. Hier kun je eindelooze tochten maken, bij wind, regen, sneeuw en ijs; ook wel eens bij móói weer.

'n Enkele reis duurt soms verschillende maanden. M'n eerste missietocht naar de Eskimo's in 1906 begon met Paschen en eindigde in November.

En toen ik m'n nieuwe Missie van O. L. V. der Verlossing betrok, maakte ik 'n zeereisje van 42 dagen van Montreal naar C hesterf ield-Inlet.

Nu heb ik dan m'n eersten winter hier achter den rug. Hoe ik hem doorbracht? Min of meer zooals de beren. Den 14en September betrokken wij ons planken paleis, dat wij niet voor de maand Juni hebben verlaten, 'n Missionaris kan ook hokvast zjjn, zooals je ziet. Twee of drie tochten op zee tot aan den ijsvrijen stroom, de Inlet, even zoovele wandelingen van tien minuten binnen 'n kring van 200 meter rondom onze woning, en 'n tocht van vier dagen tot op 35 mijlen van hier, ziedaar al onze reisavonturen voor dit jaar.

Wat zouden wij ook gaan doen in de kampen, zonder eenige kennis van taal of menschen, zonder ondervinding aangaande het reizen in dit land, zonder eenige zekerheid hoe de Eskimo's te onzen opzichte gestemd zijn. Eerst moeten we hun taalleeren spreken of ten minste stamelen. En dan maar afwachten tot ze uit eigen beweging met ons kennis komen maken. Dat is het beste middel om niemand hinderlijk te zijn. En van de eerste ontmoeting hangt veel af.

We stellen ons dus maar tevreden met van de kapel naar onze zaal te stappen en omgekeerd. Onze zaal! Van 5 op 4 meter nota bene. En dit kamertje dient beurtelings, zonder eenige wijziging, als studie-, eet-, ontspannings- en ontvangzaal voor de wilden. Verder nog als werkplaats, dikwijls als kerk, en altijd als slaap-

Sluiten