Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

Dit zeggende stuurde hij de boot naar den oever die met rotsen overdekt was. 't Was half elf in den morgen; we hadden 13V2 uur zonder ophouden geroeid.

Nu we stil lagen, zou een tas thee ons welkom zijn. We legden vlug een knetterend vuur aan, waarop de theeketel weldra begon te zingen. Je moet weten, dat we onzen voorraad zoetwater van de rivier Kusatrim hadden meegebracht, want als we eenmaal het zoutmeer waren binnengevaren, konden we ons daarvan niet meer voozien.

Nadat ons kort ontbijt gebruikt en alles weer opgeborgen was, zocht mijn gezel een schuilplaats tusschen twee rotsen, en hervatte zijn onderbroken slaap. Ik had hem gaarne nagevolgd, maar wegens mijn vermoeidheid vreesde ik dat het me niet zou gelukken.

Voor afleiding beklom ik de rotsen, en beschouwde met aandacht den plantengroei. Tot mijn groote verbazing ontdekte ik in een bocht, heelemaal buiten den wind, 'n paar kleine varens, de eenige die ik ooit in Alaska ontmoet heb. Ik maakte daarvan een bundel, en later hebben ze het hart verblijd van één van m'n vrienden, 'n natuurkenner.

Tegen den middag zag ik van mijn waarnemingspunt den walvischvaarder tusschen de rotsen opduiken. Ik ging naar hem toe, en we hielden te zamen raad. We konden niet verder met de boot; en zonder mondvoorraad was het ons onmogelijk hier af te wachten, totdat de wind ging liggen. We besloten derhalve eenparig tot een gedwongen voettocht naar Teller. Het vooruitzicht lachte mijn gezel allesbehalve toe, maar er viel nu eenmaal niets aan te veranderen.

We trokken de boot op den oever van de Toeksoek, en na ze met strandkeien te hebben vastgezet en ons geweer, kruit en levensmiddelen te hebben geborgen, ondernamen we onzen tweeden tocht.

Deze bestond uit 'n reeks van struikelingen, uit sprongen naar de „negerhoofden," uit modderbaden in de moerassen, steeds omgeven door een zwerm muskieten; er bestond natuurlijk geen schijn van een voetpad.

Eindelijk, tegen zes uur in den avond, hielden we onzen erbarmelijken intocht in Teller, de beenen van vermoeienis voortslepend, met modder tot over de knieën, en het uiterlijk van twee echte straatschuimers.

De brave Ier die ons gastvrijheid verleende, vertelde mij, dat

Sluiten