Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28

denzelfden morgen een boot van Teller naar Nome vertrokken was. Ik was maar enkele uren te laat gekomen.

„En wanneer vertrekt de volgende ?" vroeg ik hem.

„Daarop kan ik u geen antwoord geven," zei hij; „u weet evengoed als ik dat de dienst van de Noordelijke Beringzee allesbehalve geregeld vaart!"

Of ik het wist!... Feitelijk was er slechts één enkele dienst: één boot alle veertien dagen, dikwijls om de maand, somtijds ook niet. De enkele kooplieden, • die de Noordpool bezochten voor den handel in pelsen, doen dikwijls bij stormachtig weer Teller aan en gaan niet verder.

„Kom," zei mijn gezel, „trek het u maar niet te sterk aan, Pater; voor het oogenblik kunnen we niets beter doen dan te gaan slapen; morgen zullen we verder zien."

De raad was goed, en spoedig volgde ik hem op.

Nauwelijks lag ik onder mijn dekens (lakens zijn in deze streken onbekend), of de Ier kwam me zeggen, dat drie Eskimo's me wenschten te spreken.

Ik sta terstond op en ga zien wat ze verlangen.

Ik vind drie katholieke Eskimo's, die meer noordelijk in de Beringzee visschen. In korte woorden verklaren ze me, dat een Eskimo, die ik eenige weken te voren bij den ijsgang gedoopt had, in stervensgevaar was. Ik vroeg den Ier de deur van zijn hut open te laten en niet op mij te wachten, en weldra dobberde ik weer op de Grantley Harbor. Gelukkig hoefde ik niet te roeien, daar mijn brave Eskimo's die taak alleen vervulden.

In hun kamp gekomen, vond ik den zieke in een afzonderlijke tent, maar voorzien van al wat de liefdadigheid van mijn Katholieken hem had kunnen verschaffen. Ik hoorde zijn biecht en bereidde hem tot den dood voor, waarna ik al mijn lieden deed binnentreden om de gebeden der stervenden te bidden. Ik voorzag dat de zieke dien nacht niet zou sterven, en na mijn Eskimo's te hebben aangezegd, me te komen halen als 't erger werd, keerde ik naar Teller terug. Het was middernacht, toen ik me opnieuw in mijn dekens wikkelde en insliep.

Hoe ik ook den volgenden dag naar de Beringzee tuurde, ik zag geen boot. Meermalen meende ik een zeil te onderscheiden, maar ten slotte bleken het ijsbergen te zijn, die plechtstatig van de Noordpool kwamen afdrijven. Ik ging mijn zieke bezoeken en hem eenige versnaperingen brengen. Er viel niet aan te twijfelen,

Sluiten