Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

haar gloeiend hoofd gegrepen, en tegen zich aangedrukt.

— „Zij komen," jammerde Godelieve en poogde zich los te rukken.

— „Niemand komt," besliste Roswitha wat kortaf in haar begeerte om gerust te stellen.

— „Zij is wat overspannen na den langen afmattenden rit in de hitte," zeide jonkvrouw Gonda. „Leg haar een natten doek op het hoofd en verversen dien dikwijls. Je begrijpt wat je te doen hebt: haar zooveel mogelijk rustig houden. Over een uur kom ik terug."

Jonkvrouw Gonda was al in de gang.

Godelieve was in goede handen. Zij was niet de eerste zieke die Roswitha hielp. Daarvoor had jonkvrouw Gonda gezorgd!

Zooveel ^mogelijk had zij Roswitha meegenomen op haar bezoeken aan kranke dorpelingen en burchtzaten. Een tegenwicht voor de bijna mannelijke opvoeding door ridder Dagobert aan zijn dochter gegeven.

De Valkenburcht was geen vrouweleen. Ridder Dagobert stond in gunst bij den Keizer, en de Keizer kende ridder Dagoberts liefsten wensch: Roswitha vrouwe van den Valkenburcht.

Daarom moest Roswitha geoefend en gestaald worden, bekwaam om te zijn waartoe zij eenmaal geroepen kon worden.

Roswitha kon zwemmen en paardrijden, springen over slooten en hindernissen, valken en honden africhten; langs slingerende ladders klauteren, de speer gebruiken en werpen, en met den boog schieten als de beste van haar neven.

Ridder Dagobert nam haar mee op jacht, op zijn tochten door zijn uitgebreide bezittingen. Roswitha kende uren in den omtrek elk pad door bosch en vlakte, over rots en heuvel; iederen schuilhoek, elke kloof, elke beek en elke bron. Roswitha begreep nut en doel in bouw en aanleg en inrichting van de sterke veste Valkenburcht, kon een volledige beschrijving en verklaring geven van elk wapen en elke rusting in de wapenzaal,

Sluiten