Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23

— Daar is iets niet goed met Wolf," verontschuldigde Roswitha, ontevreden over zijn zonderlinge handelwijze. „Men zou het hem waarlijk niet aanzien dat hij over alles weet mee te praten. En alles zoo goed verstaat en begrijpt! Wolf — wel, die is na vader het beste hoofd op den burcht! Vaders rechterhand. Van alles op de hoogte. — En van den Keizer houdt hij

zooals vader, zooals wij allen! Ken-je den Keizer? Heb-je

hem wel eens gezien? Keizer Frederik! — Hij moest enkel aanhangers en trouwe volgers hebben. En toch zijn er die hem tegenwerken en trachten onmogehjk te maken wat hij wil. Nu, dat zal moeilijker gaan na dezen Rijksdag, zegt vader."

Roswitha wond zich op, trok partij voor haar geliefden Keizer. Zij was een streng en onwrikbaar rechter tegenover zijn tegenstanders.

— Verdreven, gestraft, vernietigd moesten die worden!"

Zij zou zijn voortgegaan als haar niet plotseling was opgevallen hoe bleek — ja, zij had er geen woorden voor — hoe vreemd Godelieve er uitzag.

Al haar opgewektheid was weg.

— Ik heb te druk gepraat; het zoeken en plukken was te veel: we zijn te lang uitgebleven," riep zij.

Zij stak haar arm door dien van Godelieve en ontnam haar de mand.

— Wij zijn dadelijk thuis," troostte zij.

— Tot straks," zeide zij hartelijk voor de deur van Godeheves kamer. „Kom niet aan tafel van avond als je te moe bent. Rust uit. Ik kom naar je kijken."

Maar was het moeheid? vroeg zij zich af, toen zij de deur achter Godelieve gesloten had.

Godelieve had er nog meer bedroefd, en bezorgd en ter neer geslagen dan moe uitgezien. Was het de herinnering aan haar moeders dood geweest? „Het gemis was heel groot," had Godelieve gezegd. Was haar vader nog vóór haar moeder gestorven? Was zij ouderloos, alleen op de wereld? En z ij had

Sluiten