Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

haar onwillekeurig gemakkelijk hadden gemaakt om hef en edelmoedig, waarheidlievend en hulpvaardig te zijn. Veel gelegenheid om anders te zijn was er niet geweest. En nu die er geweest was....

Langzamerhand was het vertrouwen op eigen kracht en' eigen voortreffelijkheid sterk in haar geworden.

Die hadden nu een geduchten knak gekregen.

Zij schaamde en ergerde zich. Zij vond zich-zelf zoo leelijk en zoo klein!

Zij schrikte op.

Zij was niet meer alleen! Wolf was binnengekomen!

Hij keek haar over het beschot aan.

Met een hoogroode kleur het zij haar paard los.

— Dat is niets waarover gij u te schamen hebt," zeide hij op een toon waarin .duidelijk doorklonk:

„Van ochtend wel."

Die Wolf die altijd wist wat er in haar omging! Zij keerde zich af en wilde weggaan. Wolf was in Freia's bocht gekomen en bekeek met goedkeurenden blik wat zij gedaan had.

— Ik wist wel dat jonkvrouw Roswitha heel gauw berouw zou hebben en zou trachten te herstellen," zei hij op heel anderen toon.

Zij keken elkaar aan, de oude man en het jonge meisje.

— Berouw hebben, berouw hebben!" barstte Roswitha los, tranen van spijt in de oogen. „Véél meer dan dat!"

Wolf antwoordde niet. Hij drentelde den stal in, een paar bochten ver, keek naar de paarden, klepte de haverkist dicht en kwam langzaam terug.

— Ik zal goed voor Freia zorgen," zeide hij en hield de staldeur voor Roswitha open.

De vriendschap tusschen Wolf en Roswitha dateerde al van heel lang: van den dag dat zij voor het eerst alleen geloopen had, onder toezicht van Janna, en zij Wolf op het binnenplein

Sluiten