Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

— Vader en Wolf kennen hem ook, Godelieve," fluisterde Roswitha.

Zij kreeg geen antwoord.

Godeheve zat op de bank achterover gezonken tegen de leuning, marmerbleek, de oogen zonder blik.

Verschrikt nam Roswitha haar kille slappe handen tusschen de hare, wreef en streelde ze, riep haar zacht bij haar naam, steunde haar hoofd op haar schouder, kuste haar klam voorhoofd.

Godeheve bleef koud en wezenloos.

— Godeheve," smeekte zij nog eens.

De stemmen achter den muur klonken klaarder en zwaarder in het snel neervallend duister.

Duurde Godeheves onmacht niet heel lang? Om hulp roepen ?

Alle hoofden van de sprekenden op de kaatsbaan zouden boven den muur kijken.

Er was iets dat Roswitha weerhield: het gevoel dat zij een geheim moest helpen behoeden.

Dien nacht vóór Godeheves bed; Godeheves angst; haar

wanhopig: „zij komen!" haar wilde vrees En later haar

raadselachtige teruggetrokkenheid. Haar vaders strakheid bij Godeheves komst op den Valkenburcht.... En tante Gonda's bezorgdheid! Tante Gonda en vader in haar vaders kamer

Christen- en ridderplicht: „mocht iedereen dat zoo duidelijk

gevoelen als wij beiden," had tante Gonda gezegd.

Godeheve de dochter van den vogelvrij verklaarde! De dochter van een vijand van den Keizer en het rijk?

En beschermd door haar vader!

Kón het zijn!?

Haar handen werden bijna even koud als die van Godeheve. Zij boog haar gloeiend hoofd over dat van de nog altijd bewustelooze.

Sluiten