Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

dan Roswitha jonkvrouw Gonda's ontroering bemerkt en had de zaal verlaten.

Op weg kwamen zij vader Hubertus tegen.

— Is dat jonkvrouw Roswitha!" riep hij. „Je hjkt wel een halven voet langer met al die stof achter je aan. Een fee uit het tooverland."

Roswitha was zeer gestreeld door zijn bewondering. Zij bleef nog een oogenblik staan.

— Ik hoop alleen dat de echte Roswitha onder al dat moois niet verloren gaat," vervolgde hij ernstig.

Ridder Dagobert was op zijn kamer.

Hij schoof zijn zwaren zetel terug bij het zien van Roswitha.

— Daar heeft tante Gonda eer van," zei hij, vreugde en trots in zijn oogen, al besloot hij met een:

— Wat eenige lengten brokaat en hoe die verdere dingen heeten, tot stand kunnen brengen!"

— 't Gaat al beter met mijn sleep en hooge schoenen," vertelde Roswitha aan Godeheve. „Nu nog even naar Janna. Die zal er zoo'n schik in hebben dat ik zoo mooi ben uitgedost."

Zij nam voorzichtig haar sleep over den arm en ging, begeleid door Godeheve, in jonge statigheid de trap af en van daar naar Wolfs woning.

Maar waaraan zij niet had gedacht, gebeurde. Wat oogen en beenen op den burcht had kwam aangeloopen. De „mooie verkleeding" was geen geheim gebleven.

Het was verwonderlijk hoevelen wat te doen hadden op Wolfs zijplein!

Janna's uitroepen deden als een echo de ronde.

Eén gemompel van bewondering totdat Roswitha

omkeerde en met veel minder statigheid dan zij gekomen was, vluchtte in het ridderhuis en de deur achter zich toetrok.

Sluiten