Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7i

— 't Wordt hoog tijd weg te gaan, willen we klaar zijn met ons toilet voor voorstelling en banket," zeide zij terugkomende met vier van hare kennissen die zij alle aan Roswitha voorstelde.

Ook gravin Bernsdorff zag met ongeduld het terugkomen van man en neef te gemoet.

— Wij kunnen onmogelijk te voet alleen naar onze woning," zeide zij.

Op dat oogenblik kwamen Ehrenfried en eenige jongeheden de straat af, maakten zich ruim baan door de opeen gepakte menigte en bestegen de tribune.

Graaf Bernsdorff en ridder Dagobert waren opgehouden op het paleis. De jonge heden boden zich aan om de dames naar huis te geleiden.

— Stel mij aan uwe gebure voor, moeder," hoorde zij een van hen zeggen.

Het was de jonge ridder waarop haar bloem was neergekomen!

— Hij meent dat het opzet is geweest!"

Er was iets in zijn houding, in zijn blik en stem dat Roswitha dit vermoeden ingaf.

Zij was zóó verontwaardigd dat zij zijn buiging zeer koel beantwoordde.

— Ik heb straks al bij uwe vrouw-moeder mijn onhandigheid verontschuldigd," zeide zij.

— Een onhandigheid die ik mij hever als gratievolle handigheid voorstel. Zoo daar waarlijk iets valt te verontschuldigen, vraag ik als zoen om het genoegen van een dans voor dezen avond."

De hoftoon was toch anders dan Roswitha zich had voorgesteld. Zijn toon bleef haar hinderen. Daarin schuilde iets dat haar onaangenaam aandeed.

Vergulde verwaandheid!

— Ik zal heel weinig dansen. Eigenlijk weet ik daarvan

Sluiten