Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i5o

Wolf, die nog aan den ingang stond, zette den voet zoo hard neer dat het als een slag door de zaal klonk.

Hij droeg niet voor niets zijn naam. Zijn oogen flitsten als die van een besprongen wolf.

— Graaf Auersperg heeft zijn eer verpand voor de trouw van ridder Dagobert."

—Dat vaders eer verdediging behoeft!'' barstte Roswitha uit.

Zij trad uit den hellen hchtschijn van den haard naar de dichtbije diepe donkere vensternis. Gekrenkte trots, smart, toorn, angst om haar vader, en dankbaarheid voor den man die voor haar vader was opgekomen, joegen als vlammen door haar heen.

Gehjke gedachten hielden jonkvrouw Gonda bezig. Nu hief zij het hoofd en keek den bode aan.

— Is uw last ten einde? Hebt gij niets meer te zeggen?" Hij wierp een snellen blik om zich heen, gerustgesteld dat

niemand dan zij hem hooren kon, en kwam nader.

— Het gerucht van den afval van ridder Dagobert van den Valkenburcht deed de ronde in het kamp nog voor mijn vertrek, en zijn wegblijven scheen dat te bevestigen," fluisterde hij. „Dat gerucht heeft de zaak van den Keizer meer schade

gedaan dan een verloren veldslag Zoo'n voorbeeld trekt."

Jonkvrouw Gonda krampte de handen om de armleuningen van haar zetel.

— Die geruchten zijn valsch, een werk van boosheid en laaghartig verraad. Geen woord daarvan tot h a a r," fluisterde zij terug met een beweging van het hoofd naar den kant waar Roswitha stond. „Geen woord ook daarvan tot de andere burchtzaten. Ik zal u straks laten roepen."

En daarna met luider stem:

— Ik ga mijn antwoord aan graaf Auersperg voorbereiden."

— Mij is spoed aanbevolen voor heen- en terugreis," antwoordde de nar terwijl hij haar voorging naar de deur en die voor haar opende.

Sluiten