Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i9i

— Het hart kent geen leeftijd," viel de Keizer in, kort en forsch.

Hij wendde ach af eri hep de tent met groote stappen op en neer.

De tegenstelling van zijn trouweloozen zoon met dit trouwe kind was zoo groot!

Roswitha keek den Keizer na. Was alles verloren?

Had zij in hem de smart om den ontrouwen zoon wakker gemaakt en was al het andere daardoor op den achtergrond geschoven en uitgewischt?

Zij boog het hoofd.... Zij hief het weer op.... ademloos, een groot medelijden met den ongelukkigen vader vóór haar in haar hart.

O, hoeveel leed had zij leeren kennen in die laatste weken! Maar haar vader die geholpen moest worden, en wiens redding van den Keizer afhing!

Voor het eerst werd Roswitha gewaar dat nog een ander haar toegehoord en alles met haar doorgemaakt had.

Graaf Auersperg.

Zijn oogen zeiden wat er in hem omging. De Keizer hield voor haar stand.

— Rijke vader die zoo'n kind heeft," zeide hij zacht.

— Graaf Auersperg," ging de Keizer voort, „doe Jodocus weten dat hij morgen vroeg opzitte met een schrijven, dat onze schrijver nog heden avond gereed maken en wij met ons Keizerlijk zegel zullen bekrachtigen; en hij naar Frankfort terug rijde om het den magistraat daar ter hand te stellen. Wij doen daarin onzen wil weten dat men er ten spoedigste twee honderd ruiters onder bekwamen aanvoerder zal uitzenden ter opsporing van onzen trouwen en welbeminden ridder Dagobert van den Valkenburcht en ter bestaffing van degenen die hem wederrechtéhjk gevangen houden. Jodocus voege zich bij de uittrekkenden, de tweede na den aanvoerder; zijn scherpzinnigheid is geen te

Sluiten