Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

195

twee honderd ruiters en evenveel wichtige goudguldens valt er wat uit te richten!"

Hij keek het komende te gemoet met een uitdrukking, die Roswitha's moed en vertrouwen verdubbelde.

— En met meester Jodocus," zei Roswitha en drukte hem de hand. „Hoe laat zullen wij rijden morgen?"

— Meegaan.... Morgenochtend al?..:. Zonder behoorlijke rust na zoo'n reis en zooveel aandoeningen! Om onderweg ziek te worden en tot niets in staat achter te blijven," riep vader Hubertus verschrikt en verstoord.

— O, ik wil slapen van nacht en zal genoeg uitrusten. Niet meegaan nu we weten waar vader is! Niet bij hem zijn als hij bevrijd wordt!"

Jonkvrouw Roswitha vergeet dat zij 's Keizers gast is en maar niet zoo kan heengaan zonder Zijne Majesteit daarin te kennen. Ook nog iets anders: dat het kiezen van een geschikt aanvoerder en het samenbrengen van twee honderd ruiters den magistraat van Frankfort tijd zal vorderen en mij daar ophouden.

— Hoelang?"

— Minstens een dag," viel vader Hubertus in, Voordat Jodocus kon antwoorden.

Jodocus het het daarbij. Hij vermoedde dat de geestehjke een reden moest hebben om zulk een kort tijdsverloop te noemen.

— En dat na een dag van rust de jonkvrouw en ik je te sneller zullen inhalen," vervolgde vader Hubertus.

Roswitha wachtte even.

— Een heele dag is te veel. 's Middags kunnen wij vertrekken. Ga niet uit Frankfort voordat wij er zijn, Jodocus."

Jodocus beloofde.

— Zoodra ik er ben, zend ik een bode naar den Valkenburcht met bericht van den goeden uitslag bij den Keizer. Te Eberbach zullen wij, mijn muildier en ik, een uur rust nemen en

Sluiten