Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

zal ik met Herman overleggen, Als hij beter wordt kan hij zich bij ons voegen en van nut zijn."

— Ik wil tante Gonda schrijven"....

— Dat zal ik doen, met uw welnemen. Geen verdere mspanning meer," gebood vader Hubertus met gezag en een bezorgden blik op haar bleek gelaat. „Schrijfbehoeften zal ik bij *s Keizers schrijver vinden en zoodra mijn brief geschreven is, dien bij je brengen, Jodocus. Bhjf niet langer, maar ga slapen."

— Dat zal ik doen en de jonkvrouw en u een even goeden nacht toewenschen als mij-zelf," zei Jodocus reeds voor den voorhang. Juist werd daartegen geklopt.

Koerts stem. Graaf Heribald het vragen of het der jonkvrouw gelegen kwam hem even te ontvangen. Hij wilde zien of alles in de tent volgens zijn last was ingericht en tevens vragen of zij nog iets wenschte.

Jodocus haastte zich den voorhang los te maken en den graaf binnen te laten.

— Een groote wensch, een dringend verzoek, ridder," riep Hoswitha hem toe. „Breng mijn dank en mijn eerbiedenis den Keizer over, en zeg hem dat ik morgen middag wensch te vertrekken, meester Jodocus achterna, om hem te Frankfort in te halen en mèt hem te gaan. Wellicht vergunt Zijne Majesteit goedgunstighjk het geleide van een paar wapenknechts, tot vader Hubertus en ik Frankfort hebben bereikt."

— Naar Frankfort! Mèt Jodocus!.... Jodocus gaat niet naar den Valkenburcht," riep graaf Heribald.

— Ik zal den Valkenburcht niet terug zien voordat vader vrij is."

— Maar dat kan niet!.... In de barheid van den winter, niet alleen met alle ontberingen en ongemakken, maar de gevaren ! Het gaat om leven tegen leven; list tegen list; wreedheid tegen wreedheid! Verraad zal er loeren en bespringen. Elke wending van den weg kan een hinderlaag zijn. De belegeraars zullen in den beginne niet opgewassen zijn tegen de lagen der belegerden,

Sluiten