Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

237

— Gevangen, zooals prins Hendrik."

— Arme Godelieve," zeide zij, terwijl de tranen haar in de oogen sprongen.

Zij reden langen tijd zwijgend voort.

Haar begeleider het haar eerst wat tot rust komen.

— Wij zullen uw oom binnen een half uur zien," begon hij daarna. „Hij deed zijn plicht, werd gewond; maar zijn wonden

staan goed. En hij is vol moed En vol genoegen in het

vooruitzicht u te zien. Hij is in het klooster; en met hem andere gewonden. Ook graaf Eberstein. Die laatste viel in onze handen na hardnekkig verweer, na proeven van haast bovenmenschehjke kracht. En hij werd m ij n gevangene, al vorderde ik hem het zwaard niet af"....

— Uw gevangene? O, dan kan Godeheve gerust zijn!" Hij het haar in den troostrijken waan dat het lot van het

hoofd der opstandelingen in z ij n e handen berustte, verheugd dat hij haar gedachten had afgeleid van het sombere en afschrikwekkende van een strijd, waaraan bij nog met huivering en afschuw dacht. Hij begon haar te vertellen van den Keizer voor wien hij hare vereering kende, van zijn heldenfeiten, en van zijn grootmoedigheid tegenover de overwonnenen; van prins Hendrik ongebroken in trots en weerstand vóór zijn keizerlijken vader gevoerd, en nauwelijks een half uur later hem verlatende, gebroken en overwonnen door zijn vaders grootheid in zijn smart om den zoon, als in zijn overwhming op zijn vijanden.

Hij merkte met voldoening op hoe zij luisterde en vergat te vragen.

Alleen van de overlevenden onder 's Keizers paladijnen sprak hij. In de scWttering van een zegetocht het hij ze aan haar voorbijgaan, hun Keizerlijken aanvoerder aan het hoofd. Philip van Bolanden, Dietrich van Katzenellenbogen, de landgraven van Hessen en Wurtemberg, Hohenberg, Herrenstein, Auersperg, Ehrenfried, een stoet van statelijke namen en gestalten; dragers en belijders van het recht; hun leven en hun zwaard

Sluiten