Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

239

— Nu wordt alles spoedig goed," riep hij opgewekt. „Het zal een vreugdvol weerzien op den Valkenburcht geven als wij daar allen, ook Eberhard, in voorjaar of zomer samenkomen."

— Eberhard betreurt dat bij nu niet bier kon zijn," viel Carel in.

— Roswitha weet nog niet dat zijn arm, die duchtig dienst

heeft gedaan, voor een poos buiten dienst is gesteld en hij

met den arm," vervolgde zijn vader met een glimlach, die Roswitha dadelijk geruststelde omtrent Eberhards verwonding.

Er werd over alles gesproken en over den Valkenburcht

tot Roswitha bijna een oogenblik meende thuis te zijn en in de groote bovenzaal met tante Gonda. En Wolf en haar goede Janna zag....

Zij zou tante Gonda schrijven en den brief verzenden bij de eerste gelegenheid.

Graaf Bernsdorff kwam terug, een zuster met hem.

Roswitha herkende in haar eene der nonnen uit Godeheves klooster.

— Zuster Agnes wilde u even vertellen hoe het uwe vriendin gaat," zeide graaf Bernsdorff.

— Jonkvrouw Godeheve was wel, en zeer druk bezig met onze schoolkinderen toen ik haar verbet. Het zou u goed doen haar met hen te zien."

— Weet zij van haar vader? En dat hij hier is?"

Al dat nieuwe leed voor Godeheve en zij niet met haar om haar te troosten!

— Jonk vrouwe Godeheve moet het weten. Ik heb de eerwaarde moeder geschreven. Ook haar vader het haar schrijven. Hij verlangt dat zij komt."

Roswitha wilde ook graaf Eberstein opzoeken, maar ridder Hohenberg zoowel als graaf Bernsdorff en zuster Agnes verzetten zich daartegen. Graaf Eberstein was in geen toestand om meer bezoek te ontvangen dien dag. Hij leed veel en was dikwijls buiten kennis.

Sluiten