Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28l

Had vader Hubertus hem gezien? Zijn stem had even gehaperd. Een ondeelbaar oogenblik keek ridder Dagobert neer

Hij was er zeker van!

Was vader Hubertus' ontroering ontgaan aan zijn begeleiders? Die moesten even als hij hebben opgekeken. Het moest hun ontgaan zijn.

Hoofd en kaper van den geestelijke waren diep neergebogen.

Ridder Dagobert trad achteruit, sloot het raam en viel neer in zijn zetel als een reiziger die na verren tocht voor het eerst een rustpunt gevonden heeft.

De dag daarop ging voorbij zooals de vorigen. Van vader Hubertus niets meer.

De storm stak weer op tegen den avond. De regen kletterde.

Ridder Dagobert had de hchten uitgedoofd en wilde ker rust, toen bij plotseling staan bleef en op zijn venster toetrad.

Op het binnenplein werd het weer levendig.

Veel flambouwen en drukte van ruiters en paarden. Ook voetknechten, speerknechten, en boogschutters. Zooveel had hij er in al dien tijd nog niet bijeen gezien! De beide ridders, zelfs de kortelings gewonde, daarbij. De laatste ook weer te paard.

Allen drongen naar de sluipgang.

Een uitval van beteekenis ditmaal. En dat in het holle tvan den nacht!

Hij bleef staan totdat de laatste man verdwenen en alles stil was.

Zouden de belegeraars zich laten verschalken?

De uittrekkenden moesten wel zeker zijn van het terrein om een uitval bij nacht, en nog wel zoo'n nacht te wagen. Een vermetelheid die aan het dolzinnige grensde.

Sluiten